Staat van het klimaat.
Analyse van het daarvoor uitgebrachte Nederlandse PCCC rapport ;
18-1-2007 (niet toevallig )
Neem gerust de tijd om het te lezen, muziekje op de achtergrond ;
De manier waarop de precentatie van dit raport plaats had paste precies in de trend van het verlaten van de democratische rechtsgang.
Inleiding klimaat rapport ;
De aarde is de afgelopen
honderd jaar ruim 0,7 graad warmer geworden. Het overgrote deel van de
klimaatwetenschappers is het erover eens dat de mens hierin een belangrijk
aandeel heeft via de uitstoot van broeikasgassen, met name in de tweede helft
van de 20e eeuw . De directe relatie tussen de huidige stijging van de
broeikasgasconcentraties en menselijke activiteiten is wetenschappelijk
bewezen. Verwacht wordt dat de opwarming zich in deze eeuw versneld zal
voortzetten. Er bestaan nog wel onzekerheden over de omvang van de
klimaatverandering en de bijbehorende gevolgen. Uiteraard is er vanuit de
wetenschap veel belangstelling voor het versterkte broeikaseffect. Daarnaast
staat het onderwerp hoog op de politieke agenda: er staan immers grote belangen
op het spel. Maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen te beperken
(mitigatie) vergen verregaande maatregelen in een wereld waarin de vraag naar
energie almaar toeneemt, velen nog geen toegang tot moderne energiedragers
hebben en zich internationale spanningen voordoen die de energievoorziening in
gevaar brengen.
Het
is inmiddels ook duidelijk dat de effecten van de broeikasgasuitstoot nog heel
lang zullen doorwerken, zelfs bij vermindering van de uitstoot, omdat het
klimaatsysteem traag op veranderingen in de uitstoot reageert. Het beleid is er
daarom ook op gericht dat we ons moeten leren aanpassen aan de veranderende
omstandigheden (adaptatie).
Citeer
‘’Het staat vast dat menselijke activiteiten voor
verhoging van het aantal broeikas gassen heeft gezorgd en dat de opwarming zich versneld zal
voortzetten de effecten van de
opwarming zullen nog heel lang doorwerken ook bij verminderde uitstoot’’
Commentaar;
(hoe lang dan, in welke orde
en wat is de mate van versnelling, een voortgaande hogere versnelling of een
constante hogere versnelling ;dat maakt nogal uit .)
Citeer
Verwacht wordt dat de opwarming zich in deze eeuw versneld zal voortzetten.
Commentaar;
Nee het is reeds een vaststaand fijt dat de opwarming
versneld optreed.
De hoge kosten van mitigatie en adaptatie geven
terecht aanleiding tot de
vraag of de wetenschap het wel bij het rechte eind heeft. Met andere woorden: in
hoeverre is de mens eigenlijk oorzaak van het veranderende klimaat? En in
hoeverre zijn natuurlijke factoren verantwoordelijk (of medeverantwoordelijk)
voor het temperatuurverloop op aarde? Het opsporen en verklaren van fluctuaties
in het
klimaat zijn kernactiviteiten binnen het huidige
klimaatonderzoek. Kennis over deze fluctuaties is van belang voor het
inschatten van de menselijke invloed op het klimaat in de komende honderd jaar
en
Citeer;
De
hoge kosten van mitigatie en adaptatie geven terecht aanleiding tot de vraag of de wetenschap het wel bij het
rechte eind heeft. Met andere woorden: in hoeverre is de mens eigenlijk oorzaak van
het veranderende klimaat
Commentaar;
Hier wordt blijkbaar toch weer hardop
getwijfeld aan de menselijke invloeden? Wat is dit! Nu blijkt dat het
veel geld gaat kosten wordt er ineens hardop getwijfeld aan het waarheids
gehalte van de wetenschappenlijke bevindingen????
Natuurlijke factoren spelen ondertussen
vanzelfsprekend, een rol doordat de opwarming die heeft ingezet, des te
ernstiger is het probleem.
Dat de kosten hoog zijn doet niets af aan
wetenschappelijke feiten, nu is het dus tijd voor onmiddellijke actie. De
club van Rome heeft tientallen jaren geleden al gezegd dat de schade aan
het milieu geconfisqueerd moet worden in fossiele brandstoffen, ze hadden
geen politieke en economische macht , deze laatste twee zullen nu de scherven
moeten ruimen. En volgens het Stern rapport betekend
dit 1 % van onze overdadige welvaart inleveren.
Het
klimaatsysteem omvat de atmosfeer, de oceaan, de sneeuw - en ijsbedekking, het
landoppervlak en de biosfeer. Naast fysische processen spelen ook chemische en
biologische processen en hun onderlinge wisselwerking een belangrijke rol.
Hoewel de kennis van dit complexe systeem de laatste decennia is toegenomen, is
het nooit helemaal te voorspellen hoe het systeem op veranderingen reageert:
er
kunnen altijd onverwachte dingen gebeuren. Desondanks zijn er door robuuste
natuurkundige wetten,zoals behoud van energie, aantoonbare oorzaak -gevolgrelaties
in het klimaatsysteem aanwezig,waardoor binnen een bepaalde onzekerheidsmarge
wel degelijk uitspraken gedaan kunnen worden over de ontwikkelingen van het
klimaat op aarde.
Commentaar;
Een bepaalde zekerheids marge wordt hier bedoeld. Zucht.
Citeer‘’ het klimaat systeem is complex maar er kunnen wel
voorspellingen worden gedaan met een zekere marge’’
Commentaar;
Dat
wisten we al, even vooruitlopend ; maar aan al te grote marges hebben
we niets. Het weglaten van smeltfactoren op
de beide polen noem ik geen marge maar
prutswerk.
Zo is er
inmiddels veel bekend over de invloed van (veranderingen in) de samenstelling
van de dampkring op het klimaat. Met zekerheid is vastgesteld dat de toename
van CO2 voornamelijk wordt veroorzaakt door de verbranding van fossiele
brandstoffen. Met geavanceerde computermodellen kunnen we het klimaat van
de 20e eeuw in grote lijnen nabootsen. In deze modellen wordt rekening gehouden met de
menselijke invloed en met natuurlijke factoren zoals vulkaanuitbarstingen,
zonneactiviteit en grootschalige verschijnselen zoals El Niño. Naast het
gemiddelde wereldklimaat kunnen op die manier ook de patronen in de verandering
van het klimaat worden gesimuleerd. Uit verschillende studies blijkt dat
sinds 1950 het grootste deel van de waargenomen opwarming van de aarde is veroorzaakt door
de uitstoot van broeikasgassen als gevolg van menselijk handelen.
Citeer; Hier wordt dan toch gesteld dat ;’’de toename van co2 door menselijke handelen
verantwoordelijk is voor het grootse deel van de
opwarming
Commentaar;(en hoe groot dan 51% 98%?waarom dan
toch stellen dat ‘’er
nog hard gezocht naar veranderingen op het klimaat in
relatie tot menselijke activiteiten.’’
In 2100 wordt door de
toenemende emissie van broeikasgassen een mondiale temperatuurstijging verwacht
van 1,5 tot 6 graden ten opzichte van 1990. Deze bandbreedte hangt samen met de
onzekerheid in voorspellingen van de toekomstige menselijke uitstoot van
broeikasgassen en met onvolledige kennis van het klimaatsysteem. De opwarming
van de aarde zal nagenoeg zeker de waterkringloop intensiveren,
waardoor er mondiaal gemiddeld meer neerslag wordt voorzien. De verwachting is
dat zee-ijs, gletsjers en ijskappen verder in volume zullen afnemen. Door het
warmer worden van het oceaanwater en het slinken van gletsjers en ijskappen zal
de zeespiegel verder stijgen.
Citeer
‘’In 2100 wordt door de toenemende emissie van
broeikasgassen een mondiale temperatuurstijging verwacht van 1,5 tot 6 graden
ten opzichte van 1990’’
Een marge van 1,5 tot 6 graden??!!,
dat is verschil van wel of geen ondergelopen Nederland , met deze marge
kunnen we niets! En er wordt vanuit gegaan dat emissies toenemen, wordt er dan
niet geloofd in een geslaagd beleid?
En andere feiten zoals meer regen en
meer afsmelting, warmer worden oceaan water en zeespiegelstijging zijn nu ook
allemaal al aan de gang.(hier hoef je geen wetenschapper voor te zijn, een kind
ziet het , slecht 1 klik weg. Als politici dit nog niet in de gaten hebben
horen ze geen politicus te zijn maar kunnen ze beter papier gaan prikken
Om beleid te kunnen
maken is het van belang om de aard en omvang van de gevolgen van
klimaatverandering in kaart te brengen en te bepalen wanneer een verstoring
gevaarlijk wordt. De Europese Unie heeft zich ten doel gesteld om de
temperatuurstijging binnen de 2 graden te houden ten opzichte van de
wereldgemiddelde temperatuur in het pre-industriële tijdperk. In de
wetenschappelijke tijdschriften wordt een heftig debat gevoerd over de vraag in hoeverre deze
doelstelling te mild of te streng is. Daarnaast is het lastig te bepalen wat de gevolgen van
deze beleidsopgave zijn voor
de te realiseren emissiereductie. Omdat de meeste uitstoot van broeikasgassen
uit het energiesysteem komt, gaat het klimaat debat mede over energiekeuzes voor de toekomst. Dit
voegt een nieuwe dimensie toe:
hoe kunnen we mondiaal tot
overeenstemming komen over de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen
met daarbij een evenwichtige verdeling van inspanningen naar regio’s en
sectoren?
Citeer; ‘’Wat is de aard en omvang
van de gevolgen van de klimaatsverandering, Moet dat
nog gebeuren dan ?ze moeten in kaart worden gebracht om te bepalen
wanneer het gevaarlijk wordt’’
( m.a.w. we gaan op het randje leven
anders kost het te veel .)
’’Om dat doel te bereiken moeten
de kosten mondiaal evenwichtig over de regio’s en sectoren verdeeld worden.”
Niemand weet wat de gevolgen zijn van
2 graden wereldwijde verhoging dus, waarom niet terug naar het pre industriële
tijdperk temperatuur, dit zijn we aan de aarde verplicht, al duurt het 4
eeuwen voor we daar weer zijn,
als we tenminste nog kunnen op boxen tegen de door de
natuur ingezette versterkende effecten, want dat is nu de grote vraag .
De industrie en de politiek hebben
het klimaat probleem 49 jaar genegeerd, en nu zeggen we in Europa, dat de
wereld maar 2 graden hoger moet. blijven, dit is arrogant. En men heeft blijkbaar niet door,
dat het niet iets is wat je kan sturen, je kan hoogstens met alle middelen en
kennis proberen te voorkomen dat we boven die 2 graden verhoging uit gaan
komen.
Behalve met het
vraagstuk van vermindering van uitstoot van broeikasgassen, houdt het beleid
zich bezig met de verwachte effecten van klimaatverandering. Op het terrein van
aanpassing aan klimaatverandering wordt de laatste jaren dan ook veel onderzoek
gedaan. Voordeel van adaptatie is dat dit voor de rijke landen op nationaal en
regionaal niveau gerealiseerd kan worden en er dus geen moeizame
internationale onderhandelingen nodig zijn. Adaptatie van de inrichting van
Nederland is te beschouwen als een verbouwing, terwijl de winkel gewoon open
blijft. Het gaat om het aanpassen van bijvoorbeeld ons waterbeheer of ons
natuurbeleid, anticiperend op klimaatveranderingen op lange termijn en in
sommige gevallen zelfs om een drastische wijziging van het water - en
veiligheidssysteem. De wijze waarop wij in diverse sectoren (hebben leren)
omgaan met klimaatvariabiliteit, geeft ons voortschrijdend inzicht in de wijze
waarop wij op toekomstige veranderingen kunnen inspelen. In het waterbeheer is
dit het meest duidelijk. Onderzoek in het waterbeheer richt zich niet meer
alleen op het ontwerpen van civieltechnische maatregelen ten bate van de
veiligheid, maar bijvoorbeeld ook op aanpassingen in ruimtegebruik en
financiële arrangementen. Door deze vernieuwingen vormt de klimaatverandering
niet alleen een bedreiging, maar schept ze ook kansen. Voor arme landen ligt
dit veelal anders, bij hun loopt de winkel eerder onder terwijl ze nog aan het
inrichten zijn.
Citeer;
‘’We moeten ons land gaan verbouwen’’
(maar weten nog niet hoe rigoureus
dat moet, vanwege die marge van 1,5 tot 6 graden Celsius )
Maar wij gaan het redden en die armen niet (dat zei van Geel ook al) Wij hebben dus een
voorsprong denken we. Dit rapport heeft in ieder geval geen voorsprong.
Steeds vaker haalt de
klimaatverandering de krantenkoppen. In veel gevallen is de aanleiding een
actuele gebeurtenis, zoals een hete zomer of hevige regenval. De grote vraag is hoe de
weersextremen in de afgelopen eeuw zijn veranderd, en of die veranderingen
worden veroorzaakt door menselijke invloeden of dat zij onderdeel zijn van
natuurlijke schommelingen in het klimaat. Bij ‘extreem weer’ in onze regio denken we in
eerste instantie aan stormen, overstromingen en droogte.Bestudering van
dergelijke gebeurtenissen geeft ons echter niet direct antwoord op de vraag of
ons klimaat extremer wordt.
Catastrofale extremen komen immers zo weinig voor dat het heel lastig is om
daar op een betrouwbare manier trends in vast te stellen. Bovendien ontbreekt
het aan systematische waarnemingen en hebben de beschikbare gegevens vaak
voornamelijk betrekking op schade en menselijk leed. Die cijfers zijn sterk
beïnvloed door niet-meteorologische factoren zoals de toegenomen menselijke
activiteit in zo’n gebied. Ook zijn er meer en betere gegevens over recente
rampen dan over rampen uit het verleden. Een toename van gemelde
weersextremen betekent dus niet automatisch dat ze tegenwoordig ook vaker
voorkomen.
Tekenend was dat op de dag van de publicatie van dit rapport
een zware storm bezig met was met tientallen doden in Noord- West Europa,ook
volgde,4 dagen later, nog een storm
Overstromingen hebben we nog niet gehad je kan ook gewoon
leiden aan statistiek /cijfer blindheid en de realiteit niet zien
in de context van andere verschijnselen zoals een absurd warme winter.
Een
tropische storm wordt orkaan als de wind gemiddeld een snelheid bereikt van
minstens 117 km/uur. Vanaf deze windsnelheid, de hoogste op de schaal van
Beaufort, worden orkanen in volgorde van sterkte ingedeeld in vijf
categorieën. Hoewel orkanen van categorie 1 en 2
in Nederland met windkracht 12 veel schade zouden
veroorzaken, is men daar in de gebieden waar ze veel voorkomen redelijk op
ingesteld. Orkanen veroorzaken echter ook in die gebieden zeer veel schade. De
meeste orkanen komen voor in de westelijke Stille Oceaan. Daar was 2005 een
normaal jaar met zestien stuks, gelijk aan het gemiddelde aantal. In de
Atlantische Oceaan was het wel een bijzonder jaar.
De staat van het klimaat 2006
- 8 -
Nog nooit zijn er, sinds het
begin van de betrouwbare metingen in 1944,
in één jaar zoveel orkanen boven de Atlantische Oceaan
waargenomen als in 2005. Normaal zijn het er vijf of zes, nu waren het er
vijftien. Opmerkelijk was de orkaan Vince, die afgezwakt tot tropische storm in
Spanje noodweer veroorzaakte. Vince was de eerste tropische orkaan die het
vasteland van Europa bereikte. Het seizoen duurde ook ongewoon lang; de laatste
tropische storm was Zeta, nummer 28. Deze was pas op 6 januari 2006 uitgeraasd.
In 2005 ontwikkelden zich veel krachtige orkanen boven de Atlantische Oceaan:
Dennis, Emily, Katrina, Rita en Wilma bereikten categorie 4 of 5. Zo’n hoog
aantal is maar één keer eerder voorgekomen, in 1999. Wilma was de sterkste
orkaan ooit in dit gebied gemeten, met een minimumluchtdruk van 882 hPa en
maximale windsnelheid van 280 km/uur. Het orkaanseizoen van 2005 zal echter
vooral in herinnering blijven door Katrina (categorie 5 boven de Golf van
Mexico) die op 29 augustus New Orleans trof. Katrina kostte rond de 1500 mensen
het leven. Het aantal orkanen in de categorieën 4 en 5 is wereldwijd gestegen
van jaarlijks gemiddeld elf in de jaren zeventig tot gemiddeld achttien in de
laatste vijftien jaar. Er lijkt een verband te zijn met de temperatuur van het
zeewater in de tropen (orkanen ontstaan alleen boven zeewater dat warmer is dan
26 graden). De zeewatertemperaturen zijn daar met 0,5 graad gestegen. De vraag is hoe orkanen zullen veranderen als de
aarde verder opwarmt. Orkanen zijn te klein om in klimaatmodellen opgenomen te
worden, dus moet men de verandering afleiden van veranderingen in de
omgeving. Het ontstaan hangt van veel factoren af. De toename van de
zeewatertemperatuur maakt meer orkanen mogelijk, maar de toename van de
stabiliteit van de atmosfeer werkt dat juist tegen, en over andere factoren die
van invloed kunnen zijn, is nog minder bekend. Het is dus onduidelijk wat het
uiteindelijke effect is op het aantal orkanen. De gemiddelde kracht van orkanen
lijkt toch vooral bepaald te worden door de zeewatertemperatuur. Gezien de verwachte
verdere opwarming van de aarde is dit een verontrustende conclusie. De relatie
tussen opwarming van de aarde en de verandering van orkanen qua kracht en
aantal is echter nog volop in
discussie.
Citeer;
‘’Er vallen meer orkanen te verwachten. ‘’
Hier staat nergens dat het aantal orkanen
sinds 1970 bijna is verdubbeld en warmer zeewater zorgt voor meer orkanen en
dat is een feit, dus niet;’’ er
lijkt een verband te zijn’’, er is gewoon een verband.! Dit
zijn weer die betrouwbare natuurwetten
http://www.cleartheair.org/hurricane_globalwarming_animation.html
Medio
augustus 2005 leidde zware regenval tot overstromingen in het Alpengebied. Het
slechte weer werd veroorzaakt door kou die op grote hoogte in de atmosfeer
vanuit West-Europa naar de Middellandse Zee werd gevoerd. Daarna breidde het
neerslaggebied zich uit tot over de Alpen. De uitzonderlijk warme Middellandse
Zee heeft waarschijnlijk voor extra waterdamp en daarmee wolkenwater gezorgd.
Door de hoge sneeuwgrens als gevolg van het warme weer viel de neerslag vooral
in de vorm van regen. In grote delen van het zuiden van Duitsland,
Zwitserland en Oostenrijk viel binnen vijf dagen 100 tot 300
mm, waarvan lokaal 100 tot 200
mm in 24 uur. Volgens het Zwitserse meteorologisch
instituut komt zo’n situatie eens in de driehonderd jaar voor. Op tal van
plaatsen zijn in de winter van 2005/2006 sneeuwrecords gevestigd. De hevige
sneeuwval in het Alpengebied was een gevolg van opstuwing van vochtige lucht
bij juist lagere temperaturen dan normaal. In de Elbe, de Moldau en de
Donau was in april 2006 sprake van zeer hoge waterstanden.Deze hingen samen met
een combinatie van veel smeltwater en regen in de stroomgebieden. Augustus 2006
was in Nederland zeer nat en koel. Dit contrasteerde sterk met de droge en
warme maanden juni en juli. In augustus viel er op elf dagen op minstens één
van de Nederlandse meetstations meer dan 50
mm regen. De gehele zomer 2006 komt hiermee uit op een
totaal van dertien dagen met meer dan 50
mm, een record sinds de uitgebreide neerslagmetingen in 1950.
In de loop van de 21e eeuw wordt door wetenschappers –
bij het uitblijven van een mondiaal klimaatbeleid - een opwarming van Europa
verwacht die tussen de 1,5 en 6 graden ligt. Het meest
waarschijnlijke gevolg is dat de neerslag met name in de winter in Midden-
en Noord-Europa zal toenemen en in de zomer met name in Zuid-Europa zal
afnemen, maar wel een buiger karakter krijgt. In de winter zal waarschijnlijk
meer neerslag in de vorm van regen vallen en minder in de vorm van sneeuw. Voor
de waterstanden in de Rijn is dat van belang. Zo zal hoog water in de
rivieren in de toekomst veel meer en directer samenhangen met de regen dan met smeltwater.
De Nederlandse rivieren bereiken hun hoogste standen meestal in het
winterseizoen. Door het versterkte broeikaseffect zullen Maas en Rijn in de 21e
eeuw soms meer neerslag te verwerken krijgen dan nu. Maar of dat ook tot
problemen zal leiden, hangt van veel factoren af. Voor de Rijn neemt de kans op hoog
water in de winter waarschijnlijk toe, maar in de zomer neemt hij door extra
verdamping en minder smeltwater juist af. Bovengenoemde afwijkingen in
temperatuur en neerslag horen bij de grillen van de natuur. Door het versterkte
broeikaseffect veranderen wel de kansen op koude perioden en extreme neerslag.
Het broeikaseffect is nu echter nog klein: de opwarming in de 20e eeuw was
ongeveer 0,6 graad (en ruim 0,7 graad in de afgelopen honderd jaar) wereldwijd
(in De Bilt 1 graad). Bij zo’n relatief zwak effect is een duidelijk verband
met extreem grote neerslaghoeveelheden niet te leggen, ook al was er in de
20e eeuw een lichte toename van zware neerslag waarneembaar. Dit soort
gebeurtenissen is echter nog te zeldzaam om direct met het broeikaseffect in
verband te worden gebracht. Wel kan de waargenomen toename van neerslagsommen
in grote delen van de wereld in de laatste honderd jaar worden toegeschreven
aan de opgetreden temperatuurstijging.
Citeer;
Bovengenoemde afwijkingen in temperatuur
en neerslag horen bij de grillen van de natuur.
Waarom is dit rapport er dan, als het de grillen van de natuur betreft ?
Het broeikaseffect is
nu echter nog klein: de opwarming in de 20e eeuw was ongeveer 0,6 graad (en
ruim 0,7 graad in de afgelopen honderd jaar) wereldwijd (in De Bilt 1 graad).
Bij zo’n relatief zwak effect is een duidelijk verband met extreem grote
neerslaghoeveelheden niet te leggen, ook al was er in de 20e eeuw een
lichte toename van zware neerslag waarneembaar. Dit soort gebeurtenissen is
echter nog te zeldzaam om direct met het broeikaseffect in verband te worden
gebracht .
Waarom dan dit rapport?
De effecten zijn nu al enorm de
temperatuur daalde juist een halve graad in de afgelopen 1000 jaar nu hebben we
ineens een bijna steile stijging in temperatuur Alle alarmbellen gaan
tekeer , het is” alle hands aan dek” de flora en fauna reageert overal ,
bosbranden bij de vleet , droogte en extreme hitte in Europa en Australië enz
enz November stormen in Januari. De warmste en extreemste jaren
vallen bijna allemaal in de laatste 10 jaar ! .Seizoenen verschuiven
drastisch.
In de Alpen zijn vaker en
grotere modder stromen(er zitten brokken in tot 100 ton) met grote
gevolgen. Waterkracht centrales draaien overuren vanwege het vrijkomen van
honderden jaren opgeslagen eeuwige sneeuw, wat nu dus geen eeuwige sneeuw
blijkt te zijn , wintersport staat op de helling, vanwege regelmatig sneeuw
gebrek ,de fundaties van skiliften staan op instorten doordat bergen
letterlijk meters krimpen ;Dit is Europa anno 2007 ) Dit
zijn geen grillen van de natuur dit is wereldwijde opwarming !!
.2 Extreme temperaturen
In
Nederland was het jaar 2005 meteorologisch gezien een zeer warm en zeer zonnig
jaar met normale neerslaghoeveelheden. In 2005 werd op 4 maart nog een
kouderecord gevestigd over de afgelopen honderd jaar met -20,7 graden in
Marknesse. Nog geen twee weken later werd in Gilze Rijen al +21
graden gemeten. De gemiddelde
temperatuur in de herfst 2005 is in De Bilt uitgekomen op 12,0 graden tegen
normaal 10,2 graden. Er zijn temperatuurgegevens bekend vanaf 1706.
In deze lijst staat de herfst van 2005 op een gedeelde
eerste plaats met 1731; dus de zachtste herfst in drie eeuwen. Met korte
onderbrekingen lag de temperatuur tot half november boven normaal. De eerste
drie weken van het meteorologische voorjaar 2006 waren juist bijzonder koud.
Gemiddeld lag de temperatuur in De Bilt over deze periode zo’n 4 tot 5 graden
onder normaal. Het voortdurend koude weer zorgde ervoor dat verschillende
planten zo’n tien tot achttien dagen later in bloei kwamen. Door de grote
hoeveelheid sneeuw in Oost-Europa kwam de lente daar later dan anders. Ook
langs de kust van de Oostzee hield de kou langer aan door de lage zeewatertemperaturen
met wat ijs langs de kust. In de noordelijke VS en Canada was de situatie juist
omgekeerd: na een zachte winter lag daar minder sneeuw dan anders, zodat de
lente sneller op gang kwam. In het zuiden van Spanje steeg het kwik half maart
al tot zomerse temperaturen van 28 graden en werden in juli recordhoogten
bereikt tot 40 graden. Juli 2006 was in Nederland de warmste julimaand sinds
het begin van de metingen in 1706. De gemiddelde temperatuur van 22,3 graden
was maar liefst 4,9 graden hoger dan normaal. Ook het zeewater langs de kust
was met 20 tot 24 graden warmer dan normaal (18 graden). Op 19 juli, de dag
waarop de Vierdaagse werd afgeblazen, bereikte het kwik nabij Vlissingen een
recordwaarde van 37,1 graden. Eerdere extreme metingen zijn gedaan in 1947
(37,3 graden in Maastricht) en 1944 (38,6 graden in Warnsveld). Ook in
veel andere Europese landen sloeg de zomer in juli ongenadig toe met
temperaturen tot boven de 35 graden. De zomer 2006 eindigde in De Bilt qua
temperatuur op de derde plaats sinds 1901: alleen 1947 en 2003 waren
warmer. Vervolgens was ook september 2006 weer bijzonder: de warmste in
driehonderd jaar. En tot slot was oktober in De Bilt met 13,6 graden ruim 3
graden zachter dan normaal (gemiddeld over 1971-2000). In de meetreeks sinds
1901 is alleen oktober 2001 (14,2 graden) nog zachter en recordhouder over drie
eeuwen. Zo’n warme oktober wordt steeds normaler: vroeger kwam dat eens
in de honderd jaar voor, tegenwoordig eens in de veertig jaar.
Citeer;
“Laatste tijd steeds warmer “
verder wordt hier niets gezegd, wat
heeft dit rapport gekost?
Drie
discussies onder klimaat wetenschappers
1
3.1 De
hockeystick en het Kyoto-protocol
Zowel in
de wetenschappelijke wereld als (met name) in de media heeft de afgelopen tijd
een hevige discussie gewoed over ‘de hockeystick’. Dit is een reconstructie van
het temperatuurverloop op aarde vanaf het jaar 1000. Zo’n reconstructie is
belangrijk, omdat inzicht in de natuurlijke ontwikkeling van de temperatuur
inzicht kan geven in de vraag of de recent gemeten stijging van natuurlijke
oorsprong kan zijn of niet. Die reconstructie van de Amerikaanse onderzoeker Michael Mann en
anderen is opgesteld op basis van metingen aan boomringen, koralen, ijskernen en
andere objectieve biologische en geologische historische bronnen. Hij laat
vanaf circa 1900 een scherpe stijging in het temperatuurverloop zien. Vanwege
die vorm wordt deze figuur ook wel ‘de hockeystick’ genoemd. Deze reconstructie
kreeg in 2001 een prominente plaats in het toonzettende klimaatrapport van het
Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC). Twee Canadese onderzoekers
(McIntyre en McKitrick) hebben daarna kritiek geuit op de slechte documentatie
en beschikbaarheid van de door Mann gebruikte analysemethode en ruwe
meetreeksen. Uit hun herberekening bleek dat de gemiddelde temperatuur van het
Noordelijk Halfrond tussen 1400 en 1450 enkele tienden graden hoger uitvalt dan
de hockeystick laat zien. Zij stellen dat de analysemethode van Mann de
voorkeur zou geven aan die boomreeksen waarvan de jaarringen een
temperatuurverloop geven dat in de pas loopt met de hockeystickvorm. Deze
kritiek is met name door klimaatsceptici aangewend om te betogen dat daarmee de
basis onder de veronderstelde klimaatverandering was weggeslagen, en daarmee
ook de noodzaak van het Kyoto-protocol.
In de media is de hockeystick
enige tijd gaan fungeren als ‘het beeldmerk’ van klimaatverandering. De
conclusie van het IPCC dat de mens hoogstwaarschijnlijk verantwoordelijk is
voor het grootste deel van de wereldwijde opwarming vanaf 1950, wordt evenwel
niet getrokken op basis van de hockeystick, maar op basis van wetenschappelijk
inzicht in de werking van het klimaatsysteem en de bewezen significante invloed
van de mens op de hoeveelheid broeikasgassen (namelijk: 35 procent stijging van
de CO2-concentratie sinds de aanvang van de industriële revolutie). Dit is
voornamelijk gebaseerd op gegevens van de 20e eeuw, die veel nauwkeuriger zijn
dan de gegevens tussen 1000 en 1900. Ook McIntyre en McKitrick stellen dat hun
herberekeningen niets zeggen over de huidige opwarming en de menselijke
invloed op het klimaat. De hockeystick van Mann is niet
de enige temperatuurreconstructie. Er zijn er wel een stuk of tien, waaronder
één aan de hand van de terugtrekking van gletsjers die geheel onafhankelijk van
temperatuurwaarnemingen tot stand is gekomen. Grosso modo laten alle
reconstructies hetzelfde beeld zien, namelijk dat er sprake is van een
opvallende opwarming in de 20e eeuw. De andere reconstructies maken geen
gebruik van de ingewikkelde statistische techniek van Mann waarop de Canadese
onderzoekers hun kritiek richten. Dit suggereert dat eventuele fouten in
de statistische analysemethode van Mann weinig effect hebben op het eindresultaat.
Dit is ook de conclusie van de Amerikaanse National Academy of Sciences die de
reconstructie van Mann en de kritiek van de Canadese statistici heeft
onder-zocht. Wel stelt men dat de gegevens in de periode 1000 - 1600 mogelijk
minder betrouwbaar zijn dan door Mann geschat: ‘maar twee tegen één dat
de hockeystick in deze periode wel degelijk correct is’. De suggestie, in
sommige media gewekt, dat het Kyoto-protocol op een fout zou berusten en de
verandering in het klimaat als gevolg van het versterkte broeikaseffect minder
ernstig zou zijn dan vastgesteld, is dus onjuist. Bovendien is de Canadese
publicatie helemaal niet zo bijzonder. Klimaatonderzoekers proberen al jaren
hun klimaatreconstructies verder te verbeteren, en kritiek op eerdere reconstructies
is daarbij een belangrijk en essentieel onderdeel. Uit dit voorbeeld blijkt wel
hoe belangrijk transparantie in de wetenschap is, mede gezien de soms grote
maatschappelijke invloed van het klimaatonderzoek.
‘de hockeystick’;
een hoop herrie om
niks, toch worden er hier veel woorden aan vuilgemaakt, onnodig. Mensen staan
nou eenmaal te kijken van mooie woorden.
2
Recentelijk
is gebleken dat de ijskap op Groenland zeer waarschijnlijk versneld massa
verliest, zowel door afsmelting als door versnelde ijsstroming naar zee.
Daardoor zou de bijdrage van de ijskappen aan het stijgen van de zeespiegel
groter kunnen zijn dan tot nu toe verwacht. Op basis van de gemeten versnelling
zou de zeespiegel in 2100 enkele centimeters hoger uitkomen dan in de
scenario’s in het derde IPCC-rapport. IJskapmodellen suggereren dat de
ijskap op Groenland uiteindelijk de helft van zijn volume kan verliezen. Dat
zou 3 tot 4 meter
zeespiegelrijzing geven, maar waarschijnlijk pas over meer dan duizend jaar. Deze
modellen zijn echter nog in ontwikkeling. Ook op de Antarctische ijskap is een
soortgelijke versnelling van het massaverlies van gletsjers
waargenomen. Gedurende de afgelopen eeuw is de zeespiegel gemiddeld zo’n 20
cm gestegen. Dat is ongeveer 2 mm/jaar. Dit volgt uit
metingen van de waterstanden in een groot aantal meetstations langs kusten.
Sinds 1993 wordt de zeespiegelstijging ook met satellieten gemeten. Die
metingen geven tussen 1993 en 2003 een mondiaal gemiddelde stijging aan van 3
mm/jaar. Gebleken is dat de zeespiegelstijging ruimtelijk nogal varieert.
Er zijn gebieden met een veel snellere stijging, maar ook gebieden waar het
juist langzamer gaat. De zeespiegel kan stijgen door uitzetting van zeewater
(bij opwarming), door verandering in de oceaanstromingen en door instroming van
extra water, bijvoorbeeld door slinkende ijskappen. De grootste bijdrage komt
van de uitzetting van zeewater. Vanaf 1993 is die bijdrage ruwweg 1,5
mm/jaar. De bijdrage van gletsjers en ijskappen was ongeveer 0,75 mm/jaar, maar
het ligt in de lijn der verwachtingen dat dit getal de komende tijd naar boven
moet worden bijgesteld. De staat van het klimaat 2006
Met klimaatmodellen kan
berekend worden hoeveel de lokale zeespiegel in het noordoostelijke deel van de
Atlantische Oceaan zal stijgen door uitzetting van water en verandering in
oceaancirculatie. Uit de nieuwste simulaties blijkt dat bi j een
temperatuurstijging nabij het aardoppervlak van 4 graden in het jaar 2100 de
zeespiegel tussen de 40 en 85
cm hoger zal zijn dan in 1990. De spreiding komt
door onzekerheden in klimaatmodellen en door onzekerheden in emissies van
broeikasgassen. Daarbovenop komen dan nog bijdrages van slinkende gletsjers en
ijskappen. Het is overigens nog onduidelijk hoe groot de natuurlijke variatie
in snelheid van gletsjers en de daaraan verbonden bijdrage aan
zeespiegelstijging is. Monitoring van de ijskappen is noodzakelijk om de
variaties in kaart te brengen. Ook zijn er studies die erop lijken te wijzen
dat er in de komende eeuw een drempelwaarde wordt overschreden in de
temperatuurstijging, waardoor de ijskap op
Groenland in een termijn van vele eeuwen in zijn geheel kan afsmelten. De
snelheid waarmee het volume van de Groenlandse en Antarctische ijskappen in de
toekomst zal afnemen wordt door wetenschappers echter nog stevig bediscussieerd.
Citeer;
''Recentelijk
is gebleken dat de ijskap op Groenland zeer waarschijnlijk versneld massa
verliest''
En ook dat is niet zeer
waarschijnlijk maar staat vast !!!!!Er zijn zeer geavanceerde
methoden om dat vast te stellen (NASA - GRACE project) Dit rapport zaait
twijfel over zaken waar geen twijfel over bestaat en dit heeft die 0,7 graden
nou al teweeg gebracht, er komen hele eilanden tevoorschijn vanonder de
gesmolten sneeuw!
Citeer ‘’Dat zou 3 tot 4
meter zeespiegelrijzing geven, maar waarschijnlijk pas
over meer dan duizend jaar’’ geef mij de wetenschappelijke basis om dit te dit
beweren ! Andere wetenschappers vrezen een massale smelting tegen 2050 , waar
komt die duizend jaar vandaan?, De wetenschap heeft zich danig vergist in de
manier waarop de ijskap smelt, het smeltwater zakt erdoorheen en zorgt voor een
glijmiddel op de rotsbodem op 2
a 3000
meter eronder , niemand weet hoe snel het zal gaan maar
waarom risico nemen, de gletsjers glijden nu al twee keer zo snel naar
zee als 10 jaar geleden. Ook nemen ijs-aardbevingen in de kracht
tussen 4.1 en 5 op de schaal van richter zeer sterk toe, dit is een duidelijk
teken
dat Groenland instabiel aan het worden is of al in hoge mate is . Er
bestaat geen twijfel aan de destabilisatie
van Groenland.
Monitoren van de ijskappen is
noodzakelijk om de variaties in kaart te
brengen
(Waarom deze opmerking ? Dat gebeurt al door de NASA, of
wil onze wetenschappelijke elite een som geld voor een leuk reisje
en een verblijf van tig jaar op Groenland, nog even van de sneeuw genieten
)
3.3 De uitstoot van methaan
Methaan
is, na kooldioxide, het belangrijkste broeikasgas dat door menselijke
activiteiten wordt uitgestoten. Meer dan de helft van de methaanemissies is
direct gerelateerd aan menselijk handelen. Het gaat hier om de winning en
verbranding van fossiele brandstoffen, rijstbouw, veeteelt en afvalverwerking.
Door deze activiteiten is de methaanconcentratie sinds de 18e eeuw met
ongeveer 150 procent toegenomen. De stijging van de methaanconcentratie is de
afgelopen twee decennia minder hard gegaan dan daarvoor. In het jaar 2000 nam
de concentratie zelfs even af. Er wordt al jaren gespeculeerd over de
oorzaak hiervan. Gedacht wordt bijvoorbeeld dat de afname het gevolg was van
nieuwe rijstbouwtechnieken op drogere velden, of verminderde productie van olie
en gas na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie. De afgelopen twee jaar is
het inzicht in de methaanuitstoot aanzienlijk toegenomen.
Methaanconcentraties worden tegenwoordig, behalve uit directe metingen, ook
afgeleid uit het door satellieten gemeten weerkaatste zonlicht van de aarde.
Methaan absorbeert namelijk een gedeelte van de zonnestraling in het
nabij-infrarood. Recentelijk is zo ontdekt dat er veel meer methaan in de
atmosfeer boven tropische regenwouden aanwezig is, dan was aangenomen. Bossen
blijken met name in de tropen een belangrijke natuurlijke bron van methaan te
zijn. Voor de geconstateerde stagnering in de toename van methaanconcentraties
lijkt er nu een aannemelijke verklaring te zijn: de niet-aflatende ontbossing
in de tropen. Het verontrustende van deze verklaring is dat hiermee het effect
van menselijk handelen op de methaanconcentraties nog ingrijpender is. De toename
ten gevolge van de al eerder bekende menselijke activiteiten blijkt dus deels
te worden gemaskeerd door ontbossing. Heeft het dan nog wel zin om bos aan te
planten om emissies van broeikasgassen (tijdelijk) te reduceren?
Het antwoord hierop is ‘ja’. Het positieve effect van de opname van kooldioxide
is namelijk veel groter dan het negatieve effect van de methaanuitstoot
Veen- en moerasgebieden zijn, evenals de smeltende permafrost, andere
belangrijke bronnen van methaan. De emissies zijn gerelateerd aan de
temperatuur. Gelijktijdige toename van temperatuur en methaan is gevonden
via ijskernonderzoek. Zo nam de concentratie van methaan aan het einde van
de laatste ijstijd, ca. 11.000 jaar geleden, met ongeveer 25 procent toe. Op
dit moment is de permafrost in Siberië aan het smelten over een oppervlak zo
groot als Frankrijk en Duitsland als gevolg van een opwarming met ongeveer 3
graden in de laatste veertig jaar. Satellietmetingen geven echter geen
aanwijzingen dat er sprake is van een sterk toegenomen methaangehalte boven
Siberië. Verder is er discussie over mogelijk grote hoeveelheden methaan, die in
oppervlaktesedimenten van de oceaanbodem zouden zijn opgeslagen, en die bij
opwarming van de wereldzeeën ineens vrij zou kunnen komen.
Citeer ;
‘’Methaan absorbeert namelijk een
gedeelte van de zonnestraling in het nabij-infrarode spectrum.”
(Alle broeikasgassen absorberen teruggekaatst
zonlicht om en nabij het infra rode spectrum en wij zenden heel veel
infrarode straling uit door onze wegen steden , auto’s, parkeer plaatsen en
braakliggend land)
Citeer
“”Zo nam de concentratie van
methaan aan het einde van de laatste ijstijd, ca. 11.000 jaar geleden, met
ongeveer 25 procent toe.”
Lijkt mij erg
logisch, methaan is een rotting gas en alles rot nou eenmaal sneller als het
warm is he. En waarom wordt er niet bij verteld dat dit door wetenschapper
wordt toegedicht aan het plotseling ontsnappen van methaan van Oceaanbodem door
opwarming effecten (+ 18 graden),dat lijkt mij relevanter dan de opsomming van
allerlei warme dagen en plensbuien of het hockeystick mirakel elders in
dit rapport
Citeer ;
“Methaan is, na kooldioxide, het
belangrijkste broeikasgas dat door menselijke activiteiten wordt uitgestoten.
Meer dan de helft van de methaanemissies is direct gerelateerd aan menselijk
handelen. Het gaat hier om de winning en verbranding van fossiele brandstoffen,
rijstbouw, veeteelt en afvalverwerking.
Door deze activiteiten is de
methaanconcentratie sinds de 18e eeuw met ongeveer 150 procent toegenomen
De verhouding in de
atmosfeer lijkt mij ook relevant; co2 is 200 * meer aanwezig
Wat ook relevant is, is wat de natuur er mee doet
(Ook wij mensen produceren methaan 10.000.000 m3/dag 1,5 liter/dag * 6,7 miljard
mensen, namelijk in het geniep;onze darmgassen, of denkt u dat er bij u
iets anders uitkomt of minder dan hier beschreven?)
De opname
capaciteit van deze gassen in de natuur is danig aangetast juist door de
opwarming even als dat van co2 Het meer rotten van plant materiaal met
methaan uitstoot tot gevolg, en co2 uitstoot door bosbranden , kan
dus niet aangewezen worden als bliksemafleider van onze schuld en
verantwoordelijkheid, wij zorgen voor deze ‘’natuurlijke ‘’ toename
Citeer ;
Bossen blijken met name in de
tropen een belangrijke natuurlijke bron van methaan te zijn.
Daar hebben we
het al, het bos krijgt een deel van de schuld .
Afgevallen
materiaal verteerd vooral in de tropen bodem zeer snel door vochtige
warmte 50 % Methaan / 50% co2
Citeer
“Dus aanplant van nieuwe bossen is
een prima methode om co2 af te vangen.”
Comentaar;
Kappen als ze de
grootste groeispurt gehad hebben, verbranden voor energie, de co2 afvangen en
ondergronds wegzetten, zo snijd het mes aan twee kanten, oerwouden moeten
vooral met rust gelaten worden.
700 miljard ton fossiele brandstof resten moeten terug waar ze vandaan komen en
waar ze horen, hier kunnen we geen half miljard jaar op wachten zo lang doet de
natuur er namelijk over.
Citeer ;
“ Satellietmetingen geven echter geen
aanwijzingen dat er sprake is van
een sterk toegenomen methaangehalte boven Siberië”
Comentaar;
Dit lijkt erg
onlogisch, zelfs onwaarschijnlijk, en lijkt absoluut reden voor meer
onderzoek je ziet de methaan hier naar boven borrelen, je kan het zo in de leeg
flesje onderwater opvangen en aansteken
Citeer ;
‘’Verder is er discussie over mogelijk grote hoeveelheden
methaan, die in oppervlaktesedimenten van de oceaanbodem zouden zijn
opgeslagen, en die bij opwarming van de wereldzeeën ineens vrij zou kunnen
komen.’’
Comentaar;
Nogmaals ook is er is geen
discussie over dezefeiten
Comentaar;
Bij 18 graden boven
nul wordt Methaan- clathraat instabiel, dit zijn natuur wetten,
het is dus helemaal niet de vraag wat er gebeurt als de Oceanen nog verder en dieper
opwarmen, een proces wat al ruimschoots in gang is gezet en ook andere
consequenties heeft voor de opwarming.
|